Close

27 juni 2019

‘Antisemitisme. Een kwestie van definitie?’

Wim Minnaard, lid van de werkgroep Noord van Kairos-Sabeel Nederland schreef een artikel over antisemitisme en dat niet alles is wat het lijkt (of wordt genoemd).


Volgens nogal wat koppen in kranten en op websites lijkt er in Nederland sprake te zijn van toenemend antisemitisme, bijvoorbeeld: ‘Antisemitisme is een bijzondere vorm van racisme’; ‘Uitingen van haat jegens Joden worden steeds normaler’; ‘Opinie: Nederland moet EU-definitie van antisemitisme overnemen’; ‘Waarom worden Joden weer zo gehaat?’

Het is de moeite waard na te gaan wat er echt aan de hand is, wat er onder al die koppen aan de orde komt. Het lijkt ingewikkeld, wees gewaarschuwd. Achtereenvolgens komt aan de orde:

  • Antisemitisme
  • Het nieuwe antisemitisme, met een korte uitweiding over zionisme en antizionisme
  • De IHRA-definitie van antisemitisme en de betekenis ervan

Antisemitisme
Antisemitisme is het haten van Joden omdat ze Jood zijn. Ook wel geformuleerd als: antisemitisme is discriminatie en racistische behandeling van Joden op basis van hun etniciteit of religie. Haat, afkeer en discriminatie van Joden bestaat al eeuwen. Joden werden overal in Europa economisch en sociaal gediscrimineerd en werden in voorkomende gevallen zwaarder gestraft dan de rest van de bevolking. Christelijke theologen gebruikten als argument voor die haat nog al eens dat Joden godsmoordenaars waren, zij hadden immers Jezus gekruisigd. De Holocaust is het afschuwelijke dieptepunt van Jodenhaat.

Het nieuwe antisemitisme
De laatste jaren is er sprake van de opkomst van wat vooral door Joodse en Christen zionisten het nieuwe of moderne antisemitisme wordt genoemd. Dit omvat de groeiende kritiek op het beleid van de regering van de staat Israël m.b.t. de bezetting van Palestina en de mensenrechtenschendingen van de Palestijnen.

De politieke ideologie van Israël is het zionisme. Een belangrijk element van deze ideologie is het versterken van Israël als een Joodse, zionistische en democratische staat. Kritiek op het beleid van de Israëlische (zionistische) regering wordt ook wel aangeduid met antizionisme. Vaak worden antizionisme en antisemitisme aan elkaar gelijkgesteld. Zo las ik kortgeleden in een Israelische krant een artikel met de kop: ‘Antizionism is the new antisemitism says Netanyahu in Vienna conference.’ Vreemd, want antizionisme is kritiek op het beleid van een regering en antisemitisme is een vorm van racisme, dus het zijn geheel verschillende begrippen. Alsof indertijd bisschop Desmond Tutu door zijn kritiek op het apartheidsbeleid van de blanke ZA regering zich schuldig maakte aan haat tegen blanken.

Israëlische politici doen vaak opvallende, maar duidelijke uitspraken, zoals hierboven het citaat van premier Netanyahu. Zijn ambassadeur bij de VN doet niet voor hem onder. In VN-kringen is gevraagd om een lijst van bedrijven die actief zijn in de nederzettingen op de Westbank. Die nederzettingen zijn illegaal volgens regels van Internationaal recht. Bedrijven hebben daar dan ook niets te zoeken. Israël en Amerika zijn fel tegenstander van publicatie van die lijst. Danny Danon, Israëls VN-ambassadeur zei erover: ‘Wij zullen er alles aan doen om te verzekeren dat deze lijst het licht niet zal zien.’ En later voegde hij toe: ‘straffen van nederzettingen is een uiting van modern antisemitisme’, een gotspe, om eens een mooie Jiddische kwalificatie te gebruiken.

De IHRA-definitie
De eenvoudige en éénduidige definitie van antisemitisme: haten van Joden omdat ze Joden zijn, voldoet niet meer als antizionisme eraan gelijkgesteld wordt. Is de ‘werkdefinitie’ van de International Holocaust Remembrance Agency (IHRA) dan een goede oplossing: ‘Antisemitism is a certain perception of Jews, which may be expressed as hatred toward Jews. Rhetorical and physical manifestations of antisemitism are directed toward Jewish or non-Jewish individuals and/or their property, toward Jewish community institutions and religious facilities’. Door Israëlische en joodse lobby organisaties wordt invoering van deze definitie en omzetting ervan in nationale wetgeving bepleit. Maar er zijn serieuze bedenkingen bij de éénduidigheid en toepasbaarheid van deze werkdefinitie. De term ’a certain perception’ is vaag en verwarrend, op internet vond ik meer dan 20 definities van perceptie. De bedoeling van het gebruik van ‘may’ is onduidelijk. ‘May’ zou immers ook kunnen betekenen dat die ‘certain perception’ ook op een andere, niet nader aangegeven wijze uitgedrukt kan worden. Een ander bezwaar tegen de tekst is dat antisemitisme beperkt wordt tot ‘een uitdrukking van Jodenhaat’. Sociale discriminatie van Joden wordt niet gedekt door deze definitie.

Ter verduidelijking van de definitie voegden de opstellers voorbeelden toe hoe de definitie geïnterpreteerd kan worden. Deze voorbeelden zijn niet onderdeel van de definitie en kunnen de definitie natuurlijk niet uitbreiden of beperken. De voorbeelden moeten begrepen worden in het licht van de definitie en dus haat tegen Joden uitspreken/tonen. Veel van de voorbeelden zijn helder en spreken die haat uit. Maar niet alle voorbeelden zijn duidelijk want spreken geen haat tegen Joden uit, een voorbeeld: – ‘Accusing Jewish citizens of being more loyal to Israel, or to the alleged priorities of Jews worldwide, than to the interest of their own nations’. Dit kan slechts antisemitisch genoemd worden als het gemotiveerd is door haat tegen Joden. Als dit gemotiveerd wordt op basis van uitspraken van Joden waarin zij bij woord of daad duidelijk maken een grotere loyaliteit ten opzichte van Israël te hebben dan tegenover hun eigen land, dan kan dit dus niet als antisemitisme aangemerkt worden.

De IHRA-definitie levert dus niet de verlossende duidelijkheid. De definitie is vaag en beperkt, enkele voorbeelden zijn niet bruikbaar en kunnen dus beter geschrapt worden. Het EU-parlement, verschillende EU-lidstaten en maatschappelijke organisaties (o.a. PvdA) namen de IHRA-definitie aan. De Nederlandse overheid ziet geen reden die definitie aan te nemen. Grondwet en bestaande wetgeving zijn voldoende om discriminatie en antiracisme te bestrijden. En kritiek op beleid van een regering valt volgens de Nederlandse overheid onder de vrijheid van meningsuiting.

Dit alles maakt het lezen en vooral het interpreteren van beweringen van antisemitisme er misschien niet gemakkelijker op. Niet altijd staat er wat het lijkt. Er kan sprake zijn van verwerpelijk antisemitisme. Maar de kans is groot dat er sprake is van verhullend taalgebruik, door personen of organisaties die er belang bij hebben discriminatie en onrecht te verdoezelen.

Wim Minnaard

%d bloggers liken dit: