Close

6 februari 2021

Column Toine van Teeffelen: ‘Een wandeling bij Cremisan’

Mary en ik besluiten om vanuit ons nieuwe appartement in Beit Jala meer in de omgeving te gaan wandelen. We nemen de taxi naar Cremisan met zijn oude klooster dat gelegen is op de heuveltoppen ten westen van Beit Jala. Hier is tegenwoordig nog het enige rustige en bosrijke gebied in de regio-Bethlehem. Terwijl we diep naar beneden in de vallei kijken, met Israëlische nederzettingen hoog aan de overkant, merkt de taxichauffeur op dat hij ondanks de natuurlijke schoonheid daar niet zou willen wonen. De Palestijnse bewoners van twee huizen in de vallei moeten wachten tot soldaten het hek voor hun huis openen.

Een jaarkaart is nodig om Cremisan binnen te komen. Al wandelend over de paden zien we nogal wat mensen lopen, zitten, of joggen – hier in Palestina een ongewoon beeld. Zelfs een auto met fietsen komt voorbij. Mary zucht terwijl ze naar het landschap kijkt. Het uitzicht is prachtig maar je weet ook dat de meeste Palestijnen opgesloten zijn en niet naar die verre oorden kunnen reizen, ook niet nadat de coronatijd hopelijk voorbij is. Mary kan niet stoppen met het maken van foto’s van de looz (amandelboom) die nu in volle bloei staat.

Op de terugweg zien we ineens een hek omgeven met opgerold prikkeldraad. Daarachter is een nieuwe, ongebruikte weg op slechts vijftig meter van de weg naar Cremisan waar we op lopen. Is dit een Palestijnse weg, denk ik. Nee, natuurlijk niet – na een mentaal beeld te hebben gemaakt van de ruimtelijke ordening hier begrijp ik dat dit een Israëlische weg is die leidt naar Road 60, de weg die wordt gebruikt door kolonisten om naar het zuiden van de Westelijke Jordaanoever te rijden. Ik herinner me dat ik jaren geleden tijdens een ceremonieel protest tegen de bouw van de Muur – er werd een openluchtmis opgedragen vlak bij de bouwoperaties – bij toeval een glimp opvangde van die nieuwe weg. Wie Cremisan in de toekomst wil bereiken, zal van dat weggetje gebruik moeten maken. Het klooster wordt onderdeel van het grotere ‘Jeruzalem’.

Misschien kunnen we dit jaar nog steeds de jaarlijkse toegangskaart voor Cremisan blijven gebruiken, denk ik, maar later zal het politieke landschap waarschijnlijk verslechteren, in afwachting van wat de Israëlische autoriteiten en rechters beslissen. Geen wandelen of joggen meer?

Sinds ik hier kwam wonen, vanaf de jaren negentig, heb ik altijd het gevoel gehad dat Israël niet alleen wegen en nederzettingen maakt, maar parallel daaraan ook de internationale publieke opinie vormt, vooral tijdens kritieke situaties zoals hier bij Cremisan. Na een eerste golf van verontwaardiging en protest tegen inbeslagname van land, nederzettingen, checkpoints of muurbouw, ebt de internationale reactie weg en worden de plannen uitgevoerd. Is Cremisan een verloren zaak? Misschien kan die Biden iets doen, zegt Mary. Ik denk dat culturele protesten naast de plaatsen van apartheid zinvol zijn, in combinatie met het gebruik van sociale media.

Op de terugweg zien we veel nieuwe flatgebouwen verrijzen, sommige zijn lelijke skeletten. De oude glorie van Beit Jala is langzaam aan het verdwijnen. Nog steeds ziet men de oude huizen waarvan sommige de afbeelding van St. George op hun gevels dragen. Veel auto’s hebben gele Israëlische kentekenplaten. Het gaat om mensen die van Jeruzalem naar het Bethlehem-district zijn verhuisd, waarschijnlijk omdat ze niet in staat zijn om de hoge huren in Jeruzalem te betalen.

De afgelopen jaren hebben verschillende schoolklassen in Doha-stad ten zuiden van Beit Jala onderzocht hoe door de immigratie vanuit Jeruzalem en de ingekrompen ontwikkelingsruimte in het Bethlehem-district de diensten in Doha onder hoge druk zijn komen te staan. Eén klas slaagde erin een belofte van de burgemeester van Doha los te krijgen dat appartementsgebouwen niet hoger mogen worden dan vier verdiepingen. Wordt de maatregel uitgevoerd? Nog steeds wil ik het laatste boek van Raja Shehadeh, Going Home, lezen –  een reis door tijd en ruimte over hoe Ramallah’s uiterlijk onder bezetting is veranderd. Er moeten veel parallellen met Bethlehem zijn, hoewel ook verschillen, vanwege de status van Ramallah als quasi-hoofdstad van Palestina.

Op de terugweg naar huis zien we een restaurant dat duidelijk permanent gesloten is. Daarentegen lijken er nieuwe dierenwinkels in deze coronatijd te zijn. Een bloemenwinkel is nog open. Zijn de mensen op zoek naar een beetje troost?

Toine van Teeffelen