Close

6 oktober 2016

De Hoge Dagen: Liefde, Geven en Vergeven

http://rhr.org.il/eng/wp-content/uploads/2016/09/bikurim.jpg

Door rabbijn Jeremy Milgrom

Wat ziet God wanneer hij wordt gevraagd om ‘naar beneden uit de hemel neer te kijken’? ‘Zegen Uw volk Israël’ – welke zegen hebben we het meeste nodig ?

Het eerste hoofdstuk van onze parasha (Deuteronomium 26:1 – 29:8) komt met twee ontroerende gebeden die worden uitgesproken bij het tiende deel van de eerste vruchten; de eerste (26) herkennen we, omdat hij de rubriek bepaalt van het Maggid[1] deel van de Pascha Haggadah, dus zullen we hier focussen op het tweede hoofdstuk (29):

[12] Wanneer u in het derde jaar, het jaar van het tiende deel, de gehele tiende van uw oogst volledig hebt afgestaan, en aan de Levieten, de vreemdelingen, de weduwen en de wezen hebt gegeven, en zij daar in uw stad volop van eten, [13] dan moet u voor de Heer uw God verklaren: ‘Ik heb het heilige uit mijn huis weggedaan en het gegeven aan de Levieten, de vreemdelingen, de weduwen en de wezen, zoals U mij geboden hebt. Geen van uw geboden heb ik overtreden of veronachtzaamd. [14] Ik heb er niet in de rouwtijd van gegeten, het niet weggedaan terwijl ik onrein was, en er niets van aan een dode geofferd. Ik heb gehoor gegeven aan de Heer, mijn God, en alles wat U mij geboden hebt ten uitvoer gebracht. [15] Zie neer uit de hemel, uw heilige woning; zegen uw volk Israël en zegen de grond die U ons hebt geschonken, het land dat overvloeit van melk en honing, zoals U onze vaderen onder ede beloofd hebt.’

Gods zegen waardig zijn

Deze persoon die deze tekst reciteert,  komt voor God met een gevoel dat hij / zij aan Gods gebod heeft voldaan, en is ervan overtuigd dat wanneer God neer kijkt uit de hemel, dat wat God zal zien, God ertoe zal brengen Gods deel van de overeenkomst te voldoen en Israël te zegenen.  Dan de andere kant, alles wat Israël moest doen om rituele verontreiniging van de oogst te voorkomen, was (een deel ervan) te delen met de armen. En vandaag, wat zouden wij moeten doen, om ritueel (verticaal) en sociaal (horizontaal) Gods zegen waardig te zijn, en waar zou die zegen uit bestaan?

Ons hele raison d’être

Als u bekend bent met het werkterrein van de Rabbi’s for Human Rights, dan bent u al op de hoogte van onze inspanningen ten behoeve van de kansarmen, het moderne equivalent van de landloze Levieten, hij of zij kan een Afrikaanse vluchteling zijn op de vlucht voor honger en onderdrukking, een Palestijnse boer die zijn of haar olijven niet kan oogsten, of geen bouwvergunning kan krijgen om legaal een huis te bouwen, evenals een Israëlische burger die wordt geconfronteerd met dakloos zijn en werkloosheid. Ons hele raison d’être is het inzicht, dat wat zogenaamd bekeken wordt vanuit de hemel niet het beeld is van vervulling zoals dat in de Thora beschreven wordt, en dat we daarom religieus verplicht zijn om het beter te doen.

Onze ‘zeepbel van de troost’ verlaten

De timing van dit Torah gedeelte kon niet beter. Elk jaar wordt het een paar weken voor de Hoge Feestdagen gelezen[2], wanneer we de zegeningen vieren die we genieten, maar ook onze tekortkomingen belijden in de hoop, dat de introspectie die ons gewetensonderzoek vergezelt ons waardig zal maken om gezegend te worden. In ons geval, hoe meer vastberaden wij zijn om onze ‘zeepbel van troost’ te verlaten en om te bepalen in welke mate de menselijke waardigheid van elk element in de samenleving in stand wordt gehouden door de machten die er zijn – de economische, politieke, religieuze, ideologische – des te pijnlijker zijn de resultaten van het onderzoek, en hoe moeilijker het voor ons is om te vieren.

Onze tranen en de devoties van het hart

Een post-Bijbelse traditie gebaseerd op een vers in onze parasha (27: 5)[3] verplicht ons de messen op onze tafel uit te spreiden als we na de maaltijd dankzeggen, een ritueel dat een realiteit uit een lang verleden tijd weerspiegelt, toen wapens een zodanig een vreemd voorwerp in onze levens waren; mooi, maar velen zouden zeggen, niet erg praktisch. Het openen van deze e-mail [deze column} of door te klikken op de link naar onze website is een ander waardevol ‘ritueel’, maar als het niet gepaard gaat met ‘een tiende deel’, doet het dan goed? Toen de tempel er stond en mensen dierenoffers brachten, was godsdienst duur. Nu we geen dierlijk vet meer verbranden en plengoffers uitgieten op het altaar, zijn onze tranen en de devoties van het hart (de gebeden) die we aanbieden een begin. Maar het moet daar niet mee stoppen.

Vergeving vragen en aanbieden
De Palestijnse gids die ik vele jaren geleden sprak die namens RfHR een groep Duitsers vergezelde – ik deelde afgezien van het beschrijven van ons werk, een visie op verzoening en op een gezamenlijke toekomst met de Palestijnen – zei me, dat mijn hele presentatie kon worden verdicht tot drie woorden: liefde, geef, en vergeef. Dit is mijn zegen voor de Hoge Dagen voor de lezer: mogen we groeien in liefde voor onszelf en voor elkaar; mogen we nieuwe manieren vinden om genereus te zijn, en mogen  we de kracht vinden om vergeving te vragen en aan te bieden.

Een zoet nieuwjaar!

 

Bron: http://rhr.org.il/eng/2016/09/weekly-parasha-parashat-ki-tavo/

Foto: Rabbi’s for Human Rights

[1] De Maggid – van Hebreeuws מַגִּיד – is een traditionele Oost-Europese Joodse rondtrekkende prediker, in het bijzonder geschoold als een verteller van de Thora en religieuze verhalen. Zie ook: http://www.jewishencyclopedia.com/articles/10259-maggid

[2] De Hoge Dagen vallen in de Joodse liturgische kalender in het najaar (september/oktober) achtereenvolgend: Rosj Hasjana (Nieuwjaar), Jom Kippoer (Grote Verzoendag), Soekot (Loofhuttenfeest), Sjeminie ‘Atseret (Slotfeest) en Simchat Tora, (Vreugde der Wet).

[3] “U moet daar voor de Heer uw God een altaar bouwen, met onbehouwen stenen.” (Deut. 27:5).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *