Close

30 oktober 2017

EAPPI-blog Hanno Wisse: Palestijnen pesten op Jom Kipoer

Hanno Wisse is waarnemer van het Ecumenical Accompaniment Programme in Palestine and Israel (EAPPI). EAPPI begeleidt Palestijnen en Israëliërs bij geweldloze acties. Het spant zich in voor bevordering en handhaving van het recht en voor de beëindiging van de bezetting van de Palestijnse gebieden door het Israëlische leger. Op onze website publiceren we Hanno’s blogs. Deze keer over de pesterijen waarmee kolonisten het leven van Palestijnen zuur maken.

Het is zaterdagochtend 30 september 2017, toevallig ook de heiligste dag van de Joods religieuze kalender dit jaar. Het is dus niet zomaar een doorsnee Sabbathdag. De dag staat tevens genoteerd als Jom Kipoer, de grote verzoendag. Dat houdt in dat vrome Joden naast dat ze nauwlettend de voorschriften van de Sabbath opvolgen, zich niet bezondigen aan het verrichten van onnodig werk enzo, hun aandacht in het speciaal vestigen op het onder onthouding van voedsel en geslachtsgemeenschap zoeken van verootmoediging voor het aangezicht van de Allerhoogste, tekenen van diepgevoeld berouw in hun binnenste over alle begane ongerechtigheden van het afgelopen jaar en het in alle nederigheid en met gepast eerbied onophoudelijk afsmeken van vergeving voor dit alles. De rituele kleur van de dag is smetteloos wit.
Om 6 uur in de morgen stappen we in de auto op weg naar Qawawis, wat uit niet meer bestaat dan een paar Palestijnse herdersgezinnen levend in spelonken en tenten op rotsachtig terrein. De spelonken zijn praktisch, want in de zomer zijn ze koel en in de winter houden ze warmte vast. Meestal zijn ze in gebruik als opslagplaats of keuken, als ze tenminste niet door het Israëlische leger onklaar zijn gemaakt, terwijl het alledaagse leven zich in de tenten bovengronds afspeelt.
Daar staat ons ontbijt dan ook op ons te wachten als we de flap van de tent opzij schuiven en binnen treden. Het bestaat uit een groot plat rond ovenbrood, nog warm aanvoelend, dampend en half in een doek gewikkeld en een kommetje helder groene olijfolie van eigen pers, om het brood in te dopen. We eten met de hand terwijl we als de oude Grieken aanliggen op dunne matrassen met kussens als armsteun. Natuurlijk duurt het niet lang of iedereen krijgt de bekende mierzoete thee in handen gedrukt, hét uithangbord van de fenomenale Arabische gastvrijheid. Niet goed voor de tanden, wel voor de onderlinge sfeer. Wanneer je Arabisch niet sterk genoeg is voor een onderhoudend gesprek, kan je in ieder geval nog verbroederend samen thee drinken, als je bloedsuiker het tenminste toelaat.
Daarna volgen we de herder naar de schaapskooi, vanwaar   de kudde zich losmaakt op zoek naar vers gras, in het Arabisch ‘hasjiesj’ geheten, dat echter vrij schaars is in deze tijd van het jaar maar in de meer gelige variant nog ruimschoots kan worden verkregen, en ander fris en fruitig groen, meestal bestaand uit cactusachtige planten, distels en andere stekeligheden. De kudde die bestaat uit een even bont als levendig gezelschap van schapen en geiten van beiderlei kunne lijkt gelukkig weinig kieskeurig, getuige het brede en gelijkmatige maaispoor dat ze achterlaat. Ze moeten haast wel schubben op de tong hebben, zo stellen we bewonderend vast.
Een eindje verderop in het veld op een heuvel ligt de Israëlische buitenpost Mitzpe Yair. De herder besluit deze morgen, evenals de vorige dagen, om zijn kudde te laten grazen op de heuvel die pal tegenover de heuvel van deze buitenpost ligt, waarvan de joods nationalistische bewoners als bepaald niet mals te boek staan. Het land is niet van de herder zelf, maar van Rasheed, een Palestijnse vriend die naast hem woont en hem toestaat zijn land voor begrazing te gebruiken. De eigendomspapieren van Rasheed zijn geldig maar stammen nog uit de Ottomaanse tijd. De herder installeert zijn kudde tactisch uit het zicht van de buitenpost op de andere zijde van helling, neemt zelf plaats op een steen op de heuveltop, zichzelf daarmee van goed overzicht verzekerend, onderwijl loom met een kwastje van zijn keffiyeh spelend. Wij zetten ons een eindje verder neer, door hem met behoedzame armgebaren daarheen gedirigeerd, met ons Eappi logo op de rug netjes naar de buitenpost gekeerd.
Veel hebben we niet te doen. In de verte zien we groepen in het wit geklede figuurtjes rondlopen bij de buitenpost. Veel aandacht schenken we er echter niet aan. We mijmeren wat in het morgenzonnetje, slaan de vliegen van ons af en een van ons probeert nieuwe Arabische woordjes op de Palestijnse herder uit. Na verloop van tijd zwakt het koor van kauw- en smakgeluiden wat af; de kudde daalt langzaam de helling af. De terugtocht is ingezet. Nu alleen nog naar de drenkplaats en dan terug naar huis, zo welt het spontaan in me op.

Nog wat nasuffend staan we op van onze steen om de
laatste schapen van de kudde na te lopen totdat we plotsklaps tot onze verbazing in snel tempo vijf keppeltjes vlakbij uit het gras zien oprijzen, slechts zo’n zes meter van ons vandaan. Een oogwenk later lopen er twee kolonisten in gekreukte overhemden en met kolossale zweetvlekken ter hoogte van de oksels vlak achter ons te hijgen en te briesen. In het Engels krijgen we toegeroepen “go, go, go” en “go back to Europe where you belong”, “go to Europe” en “faster, faster”. De ruimte tussen hun borsten en onze ruggen slinkt zienderogen, maar hoewel ze vlakbij komen,raken ons niet aan.  Het lijkt hen enkel om bangmakerij te doen. Natuurlijk stellen we onze belagers niet al te zeer op de proef en wijken we soepeltje uit. We liepen immers toch al naar beneden.

Drie bebaarde anderen stormen ons in galop voorbij, de witte gebedsmantels en pijpenkrullen wapperend achter hen aan. Zij hebben het op de kudde gemunt. Wanneer die op hol slaat, hoef je immers niet meer in discussie met de herder. Die staat dan voor een voldongen feit en moet wel afdruipen, zijn schapen achterna.
Nadat de schapen schreeuwend en tierend het dal zijn  ingedreven, krijgen de heren er genoeg van en keren terug  naar de heuvel waar ze het schouwspel nog eenmaal tevreden lijken te willen overzien, alvorens huiswaarts tekeren om aan de rituele plechtigheden rondom Jom Kipoer een waardig vervolg te geven.
Weglopend keer ik me half naar ze toe om met mijn iphone een groepsfoto van ze te nemen, nu ze alle vijf toevallig zo mooi bij elkaar staan. Het zou toch wat wezen om nu na dit incident zonder foto of video als bewijs thuis te komen, zo bedenk ik me.
Dat blijkt tegen het zere been van een van de gekeppelde helden wiens geldingsdrang blijkbaar bij de schapendrijfjacht van zojuist nog onvoldoende tot wasdom kon komen. Het zou zomaar de security coördinator van de buitenpost kunnen zijn, erop gebrand om te tonen dat hij zijn shekels waard is. Op een drafje komt hij op me toe  snellen; een zwart pistool steekt losjes in zijn broeksband. Vlak bij me aangekomen, vist hij grijzend een kolossale huawei op uit z’n hemdzakje om deze pesterig voor mijn neus te houden, kennelijk voor een intimiderende video close up. Ik heb geen zin om met mijn foto op de facebooksite eviltourism# terecht te komen en draai hem vrijwel gelijktijdig zo kalm mogelijk mijn rug toe, waarna de olijkerd alweer tegenover mij opduikt met zijn chinese trots glimmend in de aanslag. We herhalen deze vreemde baltsdans een paar malen totdat de kolonist er genoeg van krijgt, zich bukt, een leeg frisdrankflesje tevoorschijn haalt en met kiezelsteentjes begint te vullen. Het heeft er alle schijn van dat de pauze voor de kudde er bijna opzit en deel twee van de warming up aanstaande is. Nog even en ze geven karnemelk…
Deze keer ben ik bij mijn positieven, richt de videocamera van mijn iphone op de energieke kolonist en druk op play. Hij jaagt inmiddels, zijn flesje met steentjes wild heen en weer stampend, de schapen nog een eind op alsof hij die ochtend onverhoopt niet aan zijn dagelijkse hardlooprondje om de buitenpost is toegekomen. De herder kijkt van een afstandje toe, de handen machteloos ten hemel geheven.
Gelukkig komt aan alles een eind. Zo ook aan dit nodeloze vertoon van macht. Eindelijk moe geworden, draait ook de laatste plaaggeest zich om, loopt terug en komt bij wijze van afscheidsgroet mij nog even dapper de middelvinger bezorgen, vlak voor het oog van de camera, zodat ik in ieder geval voorzien ben van een sprekende video. De herder is kwaad op me omdat ik niet alles vanaf het  allereerste begin fatsoenlijk op video heb vastgelegd, maar er zijn ook nog veiligheidsinstructies om aan te denken.
De dag erna doen de heren het rustiger aan. Slechts een drone vertrekt uit buitenpost Mitzpe Yaïr, cirkelt een paar rondjes hoog boven ons hoofd om daarna met een hoog zoemend geluid weer maar de buitenpost terug te keren. We zitten weer bovenop dezelfde heuvel in het zonnetje en vergeten niet te zwaaien voor de foto.

Hanno Wisse

Ik ben 36 jaar, woonachtig in Leiden, heb aldaar ook Nederlands recht gestudeerd en de masters civiel recht en rechtsfilosofie afgerond. Daarbij heb ik nog een aantal vakken aan de filosofiefaculteiten van Leiden en Rotterdam gedaan.
Sinds mijn studietijd ben ik betrokken bij de Leidse Studenten Ekklesia: https://www.ekklesialeiden.nl/ Daar heb ik ook een aantal jaren in het bestuur gezeten als vice voorzitter.
Sinds drie jaar ben ik lid van het bestuur van de Nederlandse stichting COmmunication Middle East (COME) die jaarlijks een ontmoetingsseminar op Cyprus verzorgt voor Israëlische en (in Israel én op de westelijke Jordaanoever wonende) Palestijnse jongeren: http://www.stichting-come.nl/