Close

30 oktober 2017

EAPPI-blog Hanno Wisse: ‘South Hebron Hills, een walhalla voor kolonisten’

Hanno Wisse is waarnemer van het Ecumenical Accompaniment Programme in Palestine and Israel (EAPPI). EAPPI begeleidt Palestijnen en Israëliërs bij geweldloze acties. Het spant zich in voor bevordering en handhaving van het recht en voor de beëindiging van de bezetting van de Palestijnse gebieden door het Israëlische leger. Op onze website publiceren we Hanno’s blogs. Deze keer over de heuvels bij Hebron. Een walhalla voor kolonisten. Hanno weet waarom.

In Yatta vorm ik een team met een dertigjarige Argentijn en een zestigjarige Ierse vrouw. De Argentijn is hartstikke links alternatief, poetst zijn tanden met zelf verzamelde rivierklei, knipt zijn eigen haar, naait zijn eigen kleren, gelooft dat elk politiek regime corrupt is, leest de boeken van Casteneda en drinkt onophoudelijk mate, de Argentijnse nationale drank, uit een soort rituele beker met wie maar wil. De Ierse is Rooms Katholiek, mediteert tweemaal daags op ‘seeing basic goodness in everyone’ (geen overbodige luxe hier), allerminst wereldvreemd, gelukkig gescheiden, heeft twee volwassen kinderen, kookt als de beste en spreekt met de dictie van een moeder overste. Wonderwel kunnen we het desondanks uitstekend met elkaar vinden.

Buiten Yatta zijn we vaak al in de vroege ochtend in het veld te vinden. Daar ligt het thema diversiteit duidelijk een stukje gevoeliger dan binnen ons team. Zoals in mijn vorige artikel gezegd, betreft dat veld gebied c dat uitsluitend onder Israëlisch militair gezag staat. We zouden dat gerust een walhalla voor kolonisten kunnen noemen. Het Israëlische leger beschermt kolonisten tegen Palestijnen, maar niet andersom. Kolonisten vallen namelijk niet onder Israëlisch militair recht, maar onder normaal Israëlisch recht. Het is daarom niet aan het Israëlische leger maar aan de Israëlische politie om handhavend op te treden wanneer kolonisten hun boekje grof te buiten gaan. De meest nabije Israëlische politie is echter gestationeerd in het doorgaans weinig kalme Hebron, op minstens een half uur rijden van Yatta. Het laat zich raden dat de Israëlische sterke arm der wet in negen van de tien gevallen pas met piepende banden in het achterland van Yatta arriveert wanneer de roofvogels al lang en breed gevlogen zijn.

De nederzettingen en buitenposten (feitelijk nieuwe nederzettingen die met de verhullende term buitenpost worden aangeduid), waar deze kolonisten wonen, hebben elk een sheriff die de boel in de gaten houdt en bewaakt. Het Israëlische leger heeft tot taak om deze settlement security coördinators kostenloos te bewapenen en om hen bij hun beveiligingswerk te assisteren door regelmatig waakzame soldaten langs te sturen. Eigenlijk is het de bedoeling dat het leger bij de uitoefening van deze taak zelf de handen aan het stuur houdt. In de praktijk dansen de jonge dienstplichtige militairen echter naar de pijpen van de oudere en ervarener settlement security coördinators die het terrein natuurlijk kennen als hun eigen broekzak.

Staand beleid is om rondom de nederzettingen een veiligheidszone aan te houden die onder geen beding door Palestijnen mag worden betreden. Je zou zeggen dat zo’n veiligheidszone dan in ieder geval toch duidelijk staat aangegeven. Dat is echter wonderbaarlijk genoeg vaak niet het geval. Maar wee je gebeente als je als Palestijn de grenslijnen overschrijdt die de betreffende settlement security coördinator toevallig in gedachten heeft! Het motto luidt hier over de hele linie: ‘make you presence felt’. Het behoeft geen uitleg dat hier naar heersende opvatting klappen en kogels bij horen.

Voor Palestijnen creëert dit alles een soort wilde westen, waarin kolonisten onbelemmerd de cowboy kunnen uithangen en waarbij zijzelf de armzalige rol van indiaan krijgen toebedeeld. De situatie is zelfs zo miserabel dat de vraag je soms bekruipt waarom de Palestijnen die hier nog wonen niet al lang de benen hebben genomen. Waarschijnlijk luidt het antwoord dat een aanzienlijk deel inderdaad al is geëmigreerd, maar dat de achtergeblevenen er eenvoudigweg de mogelijkheden niet toe hebben, behalve dat het gedwongen achterlaten van je geboortegrond en familie over het algemeen natuurlijk wat minder luchtig ligt dan het verwisselen van kleren en al helemaal wanneer je bent grootgebracht in de Palestijnse cultuur die nu eenmaal een sterke binding met de eigen familie en het eigen land ervaart.

Voor ons als Ecumenical Accompaniers (EA’s) ofwel waarnemers mensenrechten is het in ieder geval duidelijk dat hier flink wat werk aan de winkel is. Zoals gezegd begint onze dag vaak vroeg. We vergezellen schaapherders in het veld die gevaar te duchten hebben van kolonisten die zo nu en dan graag weer een nieuwe heuvelhelling Palestijnvrij maken, volstrekt onverschillig voor de vraag of het land misschien bewijsbaar in eigendom is van een van de herders uit de omgeving. We lopen samen op met schoolkinderen die stenen van kolonisten om de oren krijgen of bij checkpoints door militairen onnodig lastig worden gevallen. In het oogstseizoen gaan we mee met Palestijnen die olijfgaarden dichtbij nederzettingen hebben en waarvan de oogst in de voorafgaande jaren ten prooi is gevallen aan kolonisten of waarvan de olijfbomen door kolonisten zijn omgezaagd, in de fik gezet of allebei. Wekelijks blijven we slapen bij een bedoeïenengemeenschap waarvan sommige leden nu al meer dan zestig opeenvolgende nachten lang door kolonisten uit hun slaap worden gehouden door een onophoudelijke nachtelijke regen van stenen uit de naburige nederzetting op de tent die het dichtst bij de afscheiding van de nederzetting staat. Blijkbaar hebben ze daar met elkaar een schemaatje weten op te stellen om bij toerbeurt Palestijnen te kunnen treiteren.

In alle gevallen is het de bedoeling dat onze aanwezigheid met videocamera in de aanslag Palestijnen het idee geeft dat ze niet aan hun lot worden overgelaten, dat kwaadwillende kolonisten of militairen hun gedrag door de aanblik van een draaiende camera matigen en anders dat hun misdragingen in ieder geval adequaat worden opgenomen en aan alle relevante organisaties in het veld en via sociale media bekend gemaakt.

Hanno Wisse

Ik ben 36 jaar, woonachtig in Leiden, heb aldaar ook Nederlands recht gestudeerd en de masters civiel recht en rechtsfilosofie afgerond. Daarbij heb ik nog een aantal vakken aan de filosofiefaculteiten van Leiden en Rotterdam gedaan.
Sinds mijn studietijd ben ik betrokken bij de Leidse Studenten Ekklesia: https://www.ekklesialeiden.nl/ Daar heb ik ook een aantal jaren in het bestuur gezeten als vice voorzitter.
Sinds drie jaar ben ik lid van het bestuur van de Nederlandse stichting COmmunication Middle East (COME) die jaarlijks een ontmoetingsseminar op Cyprus verzorgt voor Israëlische en (in Israel én op de westelijke Jordaanoever wonende) Palestijnse jongeren: http://www.stichting-come.nl/.