Close

10 april 2018

Toine van Teeffelen: Een verhaal kan niet worden opgesloten

Bij het dagelijkse eten praten we over de gebeurtenissen in Gaza van de afgelopen weken, de grote demonstraties, de doden en gewonden en ook de plannen voor de komende vrijdagen. Kennelijk is er elke vrijdag een ander thema. Zo is er misschien een ‘schoenenvrijdag’ waarop schoenen naar het Israelisch leger zullen worden gegooid. Het doet een beetje denken aan de wekelijkse vrijdagdemonstraties tegen de Afscheidingsmuur die jarenlang in het dorp Bil’in op de Westoever hebben plaatsgevonden. In bepaalde periodes werd elke week een ander thema uit het dagelijks leven gekozen.

Zo herinner ik me dat demonstranten blauwe Avatar-kleren droegen, uit de film, of zichzelf opsloten in een grote kooi met kinderspeelgoed, of ten tijde van World Cup wedstrijden gingen voetballen. Ooit vertelde een leider een conferentie in Bethlehem dat demonstranten voor het leger zongen. Zulke acties zijn niet erg bekend maar wel belangrijk voor het collectieve geheugen dat aan de basis staat van geweldloze strategieen.

Voor zover het mogelijk is om de ontwikkelingen in Gaza vanuit de media en sociale media goed te volgen, lijkt het erop dat de energie in de demonstraties in Gaza er grotendeels een is van een geweldloze sociale beweging. Dit ondanks het frame van geweld (en terreur) dat door de Israelische regering en het leger erop wordt geplakt en welk ook in reportages en vooral in de koppen van internationale media wordt opgeroepen: ‘dodelijke protesten’, ‘het geweld’ of, nog meer misleidend, ‘dodelijke clashes’ – uitdrukkingen die het geweld vooral associeren met de demonstraties, meer dan met de Israelische soldaten-scherpschutters die van een veilige afstand van honderden meters hun menselijke doelwitten uitkiezen, meestal buiten het zicht van fotografen en filmers. In de ‘grote mars van de terugkeer’, die ook een mars van vrijheid is, tonen de jongeren grote moed waar ze voor hun leven mogen vrezen.

Nathan Thrall, van de International Crisis Group, gaf als kommentaar (geciteerd in de NYT, 7/4/2018) dat “een groot aantal [demonstranten] uit eigen initiatief kwam.” “De mensen voelden niet dat zij bij een protestdemonstratie waren, het voelde aan als een soort viering.” Een artikel van Amira Hass van de Israelische krant Haaretz (1/4/2018) beschreef een feestelijke, civiele atmosfeer tijdens de eerste vrijdagsmars direct voordat doden en gewonden vielen. Tienduizenden demonstranten riepen slogans, zongen, of schreeuwden, om samen een menselijke stem te vormen.

Menselijkheid als boodschap. Een website uit Gaza met lopend nieuws over de demonstraties heet www.wearenotnumbers.org. Tijdens de aanvallen op Gaza in 2014 wilde de Israelische mensenrechtenorganisatie B’tselem ads op de Israelische radio brengen waarin dagelijks de namen van Palestijnse slachtoffers zouden worden voorgelezen. De advertenties werden geweigerd, humanisering was te controversieel.

Maar terwijl gemeenschappen zoals in Gaza ongelukkig genoeg kunnen worden opgesloten, kan dat niet met hun verhaal. De huidige demonstranten willen het menselijke Palestijnse verhaal luid en duidelijk naar voren brengen. Zij maken daarbij gebruik van de Palestijnse politieke kalender die in de lente begint met de Dag van het Land (30 maart, protest tegen landonteigeningen), gevolgd door de Dag van de Gevangenen op 17 april, en dan de Nakba (ramp) Dag op 15/16 mei wanneer de verdrijving van meer dan 700.000 Palestijnen in 1948 uit hun vaderland wordt herdacht. Met hun marsen roepen de Palestijnen het verhaal van de terugkeer op, gebaseerd op het recht op terugkeer zoals dat in 1950 in resolutie 194 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties werd bekrachtigd en in het internationale recht nooit meer is herroepen. De demonstranten vergelijken hun vrijheidsmarsen met die van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging uit de jaren zestig van de vorige eeuw.

Een groot deel van de motivatie van de demonstranten zal ongetwijfeld zijn gebaseerd op een gevoel van wanhoop als gevolg van de politieke marginalisering van de Palestijnse rechten na de verklaring van Trump over Jeruzalem als hoofdstad van Israel en de bereidheid van met name Saoedie Arabie om daarin stilzwijgend mee te gaan.

Maar de demonstranten geven ook een signaal af aan de Palestijnse politieke facties, met name Hamas en Fatah, die tot nu toe niet in staat bleken om nationale eenheid te verwezenlijken. De deelnemers en organisatoren komen van een breed scala van Palestijnse politieke partijen met vele deelnemers ook van buiten die partijen. Het lijkt erop dat de acties breed, nationaal geworteld zijn – de meeste gedragen vlaggen zijn de Palestijns-nationale – ofschoon Hamas massaal aanwezig is en veel van de logistieke coordinatie voor zijn rekening neemt.

Zijn er nieuwe basisinitiatieven van Palestijnen op komst? Laatst, met de joodse Pasen, was er een kleinschalig initiatief hier op de Westoever, in Hebron, waar kleine Israelische nederzettingen verspreid liggen door de binnenstad en het dagelijks leven danig in de war sturen. Dit initiatief leek voortgekomen uit een behoefte naar nieuwe paden, buiten de reguliere demonstraties. De Palestijnse Youth Against Settlements organiseerde een protest-viering van het joodse Pasen samen met zo’n honderd joodse Israeli’s en bezoekers van de anti-bezettingsbeweging. Zij verwezen naar die andere vrijheidsmars, de Exodus uit het Bijbelse Egypte. Na afloop zei Youth Against Settlements op de joodse Paasdag volgend jaar graag 1000 deelnemers in plaats van 100 te willen ontvangen. Ook dat verhaal, wereldwijd zo vaak gebruikt in onder meer burgerrechtenbewegingen of vakbondsstrijd, kan niet worden opgesloten.

Toine van Teeffelen

Bethlehem

 

%d bloggers liken dit: