Close

7 juli 2020

Jan den Hertog: ‘Een gegijzelde kerk’

Ons bestuurslid Jan den Hertog schreef een artikel over het onvermogen van de Protestantse Kerk om te komen tot een eerlijk, rechtvaardig en moedig getuigenis over de staat Israël en het Palestijnse volk. Hij laat zien dat doordat de Protestantse Kerk het christen-zionisme niet weerspreekt, zij zich laat gijzelen deze schadelijke ideologie. (pfd, klik hier)

Geen actie, hoe fel ook, was in staat een bres van betekenis in het Synodale bolwerk te leggen. Geen argument, hoe dringend ook, vermocht te zegevieren over de gelijkmoedigheid van ons hoogste Kerkbestuur. (1) & (2)

Bovenstaand citaat van Oepke Noordmans is gericht op de binnenkerkelijke onrust in de dertiger jaren van de vorige eeuw als classicale vertegenwoordigers tevergeefs een dringend appèl doen op de synode om zich duidelijk uit te spreken tegen nationaalsocialistische denkbeelden en dreigende internationale ontwikkelingen. Ger van Roon en andere historici signaleren dat het principieel verzet vanuit de gemeenten groter was dan vanuit synodale kringen. Treffend voorbeeld: een argument tegen de benoeming van Karl Barth – verklaard tegenstander van het nationaalsocialisme – tot universitair docent luidde ‘Karl Barth is in botsing gekomen met zijn eigen staat’. (3)

Zo’n synodale onverstoorbaarheid speelt nog steeds in de relatie tussen kerk en Israël: tal van (rand-)kerkelijke groepen en gemeentes zijn actief betrokken bij de strijd van de Palestijnen tegen onderdrukking en tegen de politiek van voortgaande kolonisatie van de in 1967 veroverde Palestijnse Gebieden. Op synodaal niveau overheerst echter grote huiver om de discussie over deze principiële zaken serieus aan te gaan. De ontvangst van het pamflet van theoloog Jan Offringa waarin hij stelt dat Israël noch het volk Israël een aparte plaats in de christelijke theologie verdienen – het heilige huisje van ‘onopgeefbare verbondenheid’ als trigger – is daarvan een recent voorbeeld. (4)

Scriba René de Reuver meende dat dit manifest ‘uit de bocht vliegt’. (5) Een poging van een synodelid om het gesprek over de kerkelijke relatie met ‘Israël’ in de synode te behandelen werd niet gehonoreerd. Deze poging trof hetzelfde lot dat eerdere dringende oproepen van Palestijnse kerkelijke organisaties aan kerken en politiek wereldwijd vaak trof: wegkijken en negeren. Vaak was de reactie voorspelbaar – zie de ingezonden brieven in diverse kranten – en soms extreem, zoals een artikel uit christen-zionistische hoek waarin Wim Kortenhoeven, in reactie op Offringa, spreekt van ‘demonisering en delegitimering van de Joodse staat’ binnen de Nederlandse kerken. (6)

Kortom, het thema ‘Israël’ – hoe ook ingevuld – blijkt nog steeds een uiterst explosief onderwerp: decennialang herhalen argumenten zich zonder dat posities zich wijzigen. De opstelling van de Protestantse Kerk lijkt in de achterliggende tien jaar op dit punt helaas consistent: het innemen van een ‘evenwichtig’ afgewogen positie met betrekking tot de partijen in het conflict – waarin van een evenwichtige machtsverhouding totaal geen sprake is. Kool en geit worden gespaard, gerechtvaardigde kritiek op Israël als bezettende macht wordt hoogstzelden vernomen, schendingen van mensenrechten en het internationaal recht door Israël komen in de synode niet aan bod, aan dringende appèls van onder meer Palestijnse kerkelijke leiders – waaronder het bekende Palestijnse Kairos-document, getiteld Uur van de Waarheid, van december 2009 – wordt geen merkbaar serieuze aandacht geschonken.

Framing: de problematiek met betrekking tot de Staat Israël in relatie tot Palestina en de Palestijnen wordt vanuit heel verschillende en onderling strijdige gezichtspunten bezien: Israël als uitvloeisel van Westers kolonialisme, als internationaal politiek probleem, als een conflict van niet te harmoniseren culturen en ongelijke ontwikkelingsniveaus, Israël als partner in de strijd tegen islamitisch geïnspireerd terrorisme, Israël als voorpost van de westerse beschaving, als een zaak van kerkelijk belijden, als vervulling van een goddelijke belofte, enzovoort.

Al voor de stichting van de Staat Israël in 1948 bestonden uiteenlopende opvattingen over het zionisme, de wenselijkheid van een natie-staat, de positie van joden en het jodendom in zijn diverse uitingen. Theodoor Vriezen is voor de Tweede Wereldoorlog een van de weinige theologen die wijst op gevaarlijke kanten van het politieke zionisme. In een lezing in 1937 over nationalisme stelt hij dat bij de nationalistische joden, de zionisten … ‘feitelijk al, vóór dat er een nationaalsocialisme was, twee beslissende ideeën overheersen: bloed en bodem. Het zoeken naar het land der vaderen, en het bewustzijn van één bloede te zijn.’ (7) De tegenstand vanuit Arabische en Palestijnse hoek vindt Vriezen begrijpelijk en als theoloog stelt hij – samen met onder meer Kornelis Miskotte, Kleijs Kroon – dat uitverkiezing door God niet leidt tot ‘uitverkorenheid van Israël’. (8)

Ook binnen de Raad voor de Verhouding Kerk en Israël blijkt in de eerste jaren van haar bestaan weinig enthousiasme te bestaan over het zich ontwikkelende zionisme. Een van de leden van de Raad verzet zich tegen de verwachte ‘begrenzing van het jodendom’ (binnen een nationale staat), een ander spreekt over zionistische congressen als ‘slechts uiterlijk vertoon’. Johan Grolle – jarenlang secretaris van de Raad – meent dat het zionisme zijn geestelijke grondslag kwijt is. (9)

Van deze kritische houding van de Raad ten aanzien van feitelijke ontwikkelingen van het zionisme is in naoorlogse jaren weinig meer te merken. In de praktijk bleek steeds weer de ‘onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël’ te fungeren als middel om kritiek op het doen en laten van de Staat Israël in de kiem te smoren. Met vertegenwoordigers van die staat onderhield men warme banden. Nadien was het gebruikelijk om plaatselijke groepen Kerk en Israël te voorzien van ‘voorlichtingsmateriaal’ van het Centrum voor Informatie en Documentatie Israël (CIDI; opgericht in 1974) en men droeg bij aan de financiering ervan. (10) Er ontwikkelde zich een kerkelijke breed ‘mainstream christenzionisme’, door Palestijnen gekwalificeerd als de ‘software’ van de bezetting.

De Nederlands Hervormde Kerk, die in 2004 is opgegaan in de Protestantse Kerk Nederland (PKN), heeft meerdere notities opgesteld met betrekking tot Israël, als land en staat en over de verhouding tot het ‘volk Israël’. Steeds waren die notities onderwerp van stevige kritiek. Het is ondoenlijk om dat hier nader uit te werken. Slechts één belangrijk punt wordt hier genoemd: de omgang met de tekst, de wijze waarop binnen en buiten de kerk Bijbelteksten gebruikt worden voor het ‘onderbouwen’ van politieke claims. Vooral in de discussies rond de Handreiking uit 1970, Israël, volk, land en staat bleek dit een belangrijk punt van kritiek. Door een groep katholieke theologen is daarop eveneens ‘met verbazing’ gereageerd. (11)

Op dit punt laat de Protestantse Kerk steken vallen, treedt zij niet op tegen een dergelijk misbruik. Het probleem is dat Bijbeltekst gekaapt is door (christen-)zionisten als het geschiedenisboek van het joodse volk. Het van oorsprong seculiere politieke zionisme heeft niettemin van meet af aan cultureel-religieuze elementen in zich gedragen. Opmerkelijk is bijvoorbeeld de constatering van Tom Segev, dat de jeugdige David Yosef Gruen (of Grün), beter bekend als David Ben-Goerion, samen met enkele vrienden een genootschap oprichtte ter bevordering van de Hebreeuwse taal, dat zij de Bijbelse naam Ezra meegaven – allesbehalve een neutrale naamgeving. Het Bijbelboek Ezra is gesitueerd in de tijd van het eind van de ballingschap, verhaalt de herbouw van de tempel en de opbouw van een homogeen joodse samenleving. (12)

Onder Ben-Goerions leiderschap ontwikkelt zich een zionistische religie, het zogeheten ‘statism’. (13) Terwijl het politieke zionisme een seculier wereldbeeld voor ogen stond en bewust wilde breken met het, in de ogen van zijn aanhangers, zwakke en achterhaalde jodendom van die dagen, deed men er alles aan om te suggereren dat er een directe lijn te trekken is tussen het Bijbelse ‘joodse volk’ – een onmogelijk vage term – en joden waar ook ter wereld, evenals tussen het koninkrijk van David en de huidige staat Israel. Termen als ‘terugkeer naar het land der vaderen’, het opgaan naar …, de landbelofte, het herstel van het koninkrijk, het Land Israel (Eretz Israel), enzovoort versterken die genoemde suggestie. Deze religieus-Bijbelse legitimering van profaan handelen voedt zeer kwalijke maatschappelijke en politieke ontwikkelingen. De joods-Israelische geleerde Yeshayahu Leibovitch (1903-1994) meende dat dit de weg vrijmaakte voor fascisme – een vrees die niet zomaar weggewuifd kan worden wanneer wij kijken naar de politieke ontwikkelingen in Israël en in de bezette Palestijnse Gebieden. (14)

Het uitgangspunt dat de Bijbelse verhalen feitelijke historie weergeven, is daarbij gebouwd op drijfzand. Zeker voor theologen is het van belang om grondig kennis te nemen van de seculiere geschiedenis van Palestina door de eeuwen heen. Daarmee worden de ideologische toespitsingen die de redacteuren van Bijbelboeken in de teksten verwerkten overduidelijk. Het recent gepubliceerde werk van Meindert Dijkstra, Palestina en Israël. Een verzwegen geschiedenis (15), kan daarvoor uitstekend dienstdoen.

Kenmerkend voor de heersende beeldvorming was een opmerking van een respondent bij de presentatie van dit boek aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, dat zij zich stoorde aan de term ‘verzwegen’. Dat zou van enige opzet blijk geven! Hoeveel feitelijke zionistische politiek wordt hiermee niet onderkend?

Het misbruik door (christen-)zionisten van Bijbelteksten, wordt door de Protestantse Kerk niet bestreden. Dat maakt de kerk tot een zichzelf gijzelende kerk. Dat is des te ernstiger in een tijd waarin politieke conflicten toenemend door godsdienstige sentimenten gevoed worden. Historici onderkennen meermalen bij falen van politieke oplossingen, dat godsdienstige ideologieën groeien aan macht en invloed. Conflicten worden daarmee vrijwel onoplosbaar.

Voor de kerk ligt hier een belangrijke uitdaging: het consequent weerspreken en bestrijden van christen-zionistische ideologieën. Dat vraagt om zowel een grondige herschrijving van het kerkelijk beleidsrapport Israëlisch-Palestijns conflict in context Arabische wereld Midden-Oosten (ofwel de IP.-nota) van 2008, als om praktische uitvoering geven aan het beleidskader: het internationaal recht als kader waarbinnen een oplossing gevonden moet worden voor het conflict tussen joodse Israëli’s en Palestijnen.

Jan den Hertog is emeritus-predikant en bestuurslid van Kairos-Sabeel Nederland

Jan den Hertog

noten

  1. Ik beperk me hier tot de Protestantse Kerk in Nederland. Deze publiceerde meer dan andere kerken notities inzake Israel en de Palestijnen. De situatie binnen de Protestantse Kerk verschilt mijns inziens niet wezenlijk van andere kerkgenootschappen, met uitzondering wellicht van de Baptisten.
  2. Geciteerd in G. van Roon Protestants Nederland en Duitsland 1933 – 1941 (Utrecht/Antwerpen: Het Spectrum, 1973; p. 17.
  3. Handelingen 1935, 120ste gewone vergadering, 73/74. Het argument wordt helaas niet aangevochten, wat de geloofwaardigheid van de kerk vergroot zou hebben.
  4. In zijn pamflet licht Offringa deze stellingname genuanceerd toe. Het voert echter te ver om zijn argumenten hier te vermelden.
  5. Vermelding in Trouw van 14 en 17 september 2018.
  6. Kortenhoeven, voormalig medewerker van het CIDI en voormalig lid van de Tweede Kamer voor de Partij voor de Vrijheid (PVV), in Israël aktueel, november 2018 – een uitgave van Christenen voor Israël.
  7. Handgeschreven lezing van Vriezen, gehouden te Sittard op 20 november 1937. Niet openbaar privé-archief. Hij vergelijkt daarin het zionisme als joods nationalisme met het Duitse christendom dat het evangelie van bloed en bodem verkondigde.
  8. In Mededelingen van de Th.C. Vriezen Stichting 1, 36, Distantie en betrokkenheid. Miskotte en Kroon verwierpen een theologisch aparte status voor Israël of voor het volk Israël.
  9. In tijdelijk archief, Algemeen Rijksarchief, tweede afdeling, Doos H4.967, nr. 1. Raad voor de verhouding Kerk en Israël, 1942 -1981.
  10. Of die gewoonte nu nog bestaat, is mij niet bekend. Van een kritische houding ten opzichte van de berichtgeving die het CIDI verspreidt is in ieder geval niets merkbaar.
  11. Handelingen, 15, 16 en 17 juni 1970.
  12. T. Segev, A State at any Cost. The life of David Ben-Gurion (New York: Farrar, Straus and Giroux, 2019; p. 23.
  13. Uitvoerig in haar ontwikkeling beschreven in Liebman Charles S. & Don-Yehiya,Eliezer, Civil religion in Israel – Traditional Judaism and Political Culture in the Jewish State; Berkeley: University of California Press, 1983; 270 pp.
  14. In onder meer Nurit Peled-Elhanan, Palestine in Israeli School Books. Ideology and Propaganda in Education;. Londen: I.B.Tauris, 2019; pp. 32-33 en Hoofdstuk IV.
  15. Utrecht: Kok Boekencentrum, 2018; 320 pp.; zie ook: Nur Masalha, Palestine. A four thousand year history; Londen: Zed Books, 2018; 458 pp.