Close

10 maart 2018

Jeremy Milgrom: ‘De moeizame strijd tegen een stroom aan racistische joodse gedachten’

In het commentaar op het Torah gedeelte van deze week (Parashat Vayakhel-Pekudi) suggereert rabbijn Jeremy Milgrom, dat RASHBI’s (Rav Simeon Bar Yochai) verklaring over niet-joden die niet volledig menselijk zouden zijn, niet bedoeld was om de mensheid te rangschikken. In plaats daarvan werd deze “lichte tik op de vleugel”, voor een beslist niet marginale stroom binnen het joodse denken, de basis voor een racistische theorie en praktijk. Rabbijn Milgrom legt uit, hoe dit pakketje uit te pakken en de bom onschadelijk te maken.

“Je voelt een lichte tik op de vleugel, en een seconde later is het voorbij.” De voormalig commandant van de Israëlische luchtmacht en stafchef van het leger, Dan Halutz, werd gevraagd, wat een gevechtspiloot voelt wanneer hij een bom laat vallen,  dit met betrekking tot de moord op Saleh Shehade in Gaza in 2002, toen een bom van de luchtmacht veertien burgers het leven kostte.

‘De wetten van de rode vaars’

Na het aangrijpende drama van het Exodus-verhaal en van het Gouden Kalf, die we de afgelopen twee maanden in laatste ‘Torah-porties’ hebben gelezen, vangen we aan met een lange en gestage reeks Torah-lezingen, die beginnen met het einde van het boek Exodus, heel Leviticus door, inclusief een aanzienlijk deel van het boek Numeri, die bijna uitsluitend gaan over de wetten van de tempel en zijn ritueel. En als wij, de rechthebbenden van een jodendom, dat zich gedurende bijna 2000 jaar heeft ontwikkeld zonder dergelijke tempelritueel, een dergelijke inhoud niet voldoende uitdagend vinden, voegen we deze Sjabbat als een ‘Maftir’ een heel hoofdstuk toe uit het Boek Numeri (Ch. 19), dat zich bezighoudt met ‘de wetten van de rode vaars’, noodzakelijk voor het offeren en consumeren van het Pesach-offer.[1] Wat moeten in hemelsnaam diegenen onder ons doen, die niet meer in verbinding staan met de Priesterlijke Wet? Op zoek naar verlichting in de Mondelinge Traditie, vinden we deze opmerking in de Babylonische Talmoed:

 De graven der heidenen maken niemand onrein

Verwijzend naar Numeri 19:14, ‘Als een adam (een mens) in een tent sterft, wordt iedereen en alles in de tent zeven dagen onrein gemaakt, zegt rabbijn Simeon bar Yochai dat de graven van heidenen iemand niet onrein maakt, zoals er staat: ‘En jullie, Mijn schapen, de schapen van Mijn weide, zijn Adam’; (Ezechiël34:31): Adam verwijst naar jou, niet naar heidenen (Yevamot 60b-61a).

 Joods racisme berust op blasfemie

Leren we van deze verklaring, dat Simeon bar Yochai de bedoeling had om mensen te rangschikken en te zeggen, dat alleen Joden als mensen worden beschouwd, terwijl de rest van de mensheid sub-menselijk is? Als we precies zijn (en het is belangrijk om hier precies te zijn!) spreekt hij slechts over de reinheids- en onreinheidswetten en geeft hij een nogal geforceerde lezing van een vers in Ezechiël. Helaas, want wat “een lichte tik op de vleugel” had kunnen zijn, werd een strijdkreet voor een niet onbelangrijke stroom aan racistische Joodse gedachten waartegen we nu een moeizame strijd voeren. Moshe Greenberg, zaliger nagedachtenis, een geliefd en groot Bijbels criticus, die ook lid was van de Rabbi’s for Human Rights,schreef een hartverscheurend artikel over dit onderwerp: hij beschouwde de bronnen die de lijn van Simeon-bar Yochai voortzetten als khilul hashem (blasfemie), als zo’n ontheiliging van Gods naam dat hij de vertaling van dit artikel niet wilde toestaan. [Het Hebreeuwse artikel van Greenberg kan worden gelezen door hier te klikken en naar de onderkant van de pagina te scrollen die zich onder de link bevindt.]

 Preventief moorden: de doctrine van het huidige jodendom?

Voor degenen onder ons voor wie de joodse cultuur in zijn geheel belangrijk is (geen censuur hier!) en die zelfs in moeilijke teksten nog verlichting zoeken, is het een geval van ‘de kip en het ei’: ofwel de uitspraak van Simeon bar Yochai bracht een racistische doctrine voort, of het racisme was er al en wat hij zei werd uit de context gehaald en als bewijs gebruikt. Dat is het geval met “Als iemand komt om je te doden, sta dan op en vermoord hem eerst.” Wat begon met een kanttekening in de Talmoed (in Tractate Brachot 62b) in een corrumperende tekst bij 1 Samuël 1 24:11, waar David de gewelddadige optie verwerpt en Sauls leven spaart, veranderde in een doctrine voor preventieve aanvallen en dat heeft geïnspireerd tot eindeloos moorden  (vergelijk het recente boek van Ronen Bergman, dat hier besproken werd).

Waren onze voorouders echt zo gewelddadig? Of hebben moeilijke tijden geleid tot het aannemen van normaal gesproken marginale woorden als de centrale doctrine in het jodendom?

De keuze is aan ons!

Zoals Greenberg ons leert is de keuze aan ons, en wij hebben niet de luxe van aan de zijlijn blijven staan. Laten we hopen op en werken aan een tijd die deze bronnen zal verwijzen naar de marge waar ze thuishoren, en mogen we ze verbannen uit onze huizen zoals Chametz  (zuurdesem), niet alleen voor de dagen van Pascha, maar ook voor de rest van het jaar.

Rabbijn Jeremy Milgrom

image.jpeg

Bron: http://rhr.org.il/eng/2018/03/parashat-vayakhel-pekudi-light-tap-wing/

[1] De haftara is een afsluitende lezing tijdens de sjabbat-dienst, meestal een gedeelte uit de Nevi’im(Profeten) dat wekelijks na de Thora-lezing wordt gezegd. De persoon die de haftara leest wordt de maftirgenoemd.

%d bloggers liken dit: