Close

14 februari 2017

Joods-Israëlische jezuïet neemt het op voor Filipino’s in Israël

De Joods-Israëlische jezuïet Pater David Neuhaus SJ, Patriarchaal-Vicaris voor de Hebreeuws sprekende katholieken en coördinator voor de Pastorale Zorg voor Migranten,*) stuurde 10 februari 2017 een oproep aan de Israëlische minister van Binnenlandse Zaken namens veertien 11-jarige Filipijnse kinderen. deze kinderen werden geboren in Israël uit migranten-ouders die niet in aanmerking komen voor verblijf en ze worden nu geconfronteerd met onmiddellijke deportatie samen met hun families. In de oproep herinnert pater Neuhaus eraan hoe de Filipijnen in de jaren 1930 meer dan 1.300 Joden die uit Europa naar dit kleine Aziatische land gevlucht waren, heeft verwelkomd en gered. Neuhaus schrijft:

Geachte heer Aryeh Deri,

Het is niet mijn gewoonte om politici aan elkaar voor te stellen. Echter, in dit geval, denk ik dat het van essentieel belang is, dat u, de geachte minister van Binnenlandse Zaken van de staat Israël, de wijlen president van de Filipijnen, de heer Manuel Quezon leert kennen. Om heel eerlijk te zijn, had ik nauwelijks gehoord van Quezon voordat ik werd uitgenodigd voor de eerste screening van een nieuwe, avondvullende documentaire, met daarin de betrokkenheid van Quezon bij het redden van 1.302 Joden die voor en tijdens de Shoah nazi-Duitsland waren ontvlucht.

De film, ‘Open Door’, die werd geproduceerd door de gerenommeerde Filipijnse regisseur Noel Izon, presenteert ontroerende interviews met de laatst overgebleven joodse overlevenden van de Filipijnse inspanningen om joden te redden van hun vervolgers in Europa. Oudere mannen en vrouwen, die vaak tot tranen toe bewogen, vertellen over de jaren die ze als kind in een veilige haven, ver van het inferno van  Europa in oorlogstijd had gebracht. Een oudere joodse man verklaart: “Niet alleen heb ik mijn Filipijnse paspoort behouden, maar heb er bij kinderen op  aangedrongen dat ze hun Filipijnse paspoorten zouden vernieuwen, dat land was niet mijn moederland, maar mijn geadopteerde moederland”.

Quezon had oorspronkelijk de bedoeling veel meer Joden op te nemen. De oorlog die woedde, beperkte de  mogelijkheden en uiteindelijk zijn slechts een klein aantal, 1302 Joden, op de eilanden die deel uitmaken van het land aangekomen. Quezons  vriendschap met de Amerikaanse gouverneur en met een deel van de Joodse migranten in de Filipijnen, die in de vooroorlogse periode waren gearriveerd, was het begin van een gedurfde en genereuze daad: het verwelkomen van Joodse vluchtelingen, het verstrekken van huizen en werk zodat ze konden blijven zolang als dat nodig was.

Geachte heer Deri, ik breng de heer Quezon niet alleen onder uw erudiete aandacht, maar doe ook een beroep op u als Jood, als Israëlier en als mens in naam van 14 elfjarige kinderen. U heeft besloten dat er voor hen geen plaats is in de staat Israël. Deze jongeren zijn hier allemaal geboren, spreken bijna allemaal alleen Hebreeuws, zien dit land als hun vaderland en hebben maar één droom: daar thuis te zijn en bij te dragen aan de ontwikkeling en de welvaart van ons land. Ik voeg er aan: ze hebben allemaal een Filipijnse afkomst.

De generatie van hun grootouders opende de Filipijnen om Joden te laten ontsnappen aan de Shoah. Hun ouders zijn hier gekomen om te zorgen voor onze ouderen, onze gehandicapten en zieken en doen dat van dag tot dag met toewijding en liefde. Velen van hen hebben hun eigen bejaarde ouders, gehandicapten en zieke familieleden achter gelaten en zorgen voor ons. De kinderen zien zichzelf als een deel van wie wij zijn.

Geachte heer Deri, zeker wanneer we ons  het verleden herinneren, kan het ons hart en onze geest openen om te begrijpen dat bij het uitzetten van deze kinderen of enige andere kinderen van Filipijnse migranten, we betrokken zijn bij een daad van harteloze wreedheid die verraad pleegt  aan de herinnering aan een daad van vriendelijkheid en generositeit. Alstublieft, meneer de minister, bekijk de film en verander het decreet.

Hoogachtend,

Rev. David Neuhaus sj,

Latijns-Patriarchaal Vicaris.

P.S. Ik kan niet beloven dat ik niet meer zal schrijven over de anderen die hier hun toevlucht zoeken. Degenen die zijn gevlucht voor de genocide in Darfur en degenen die het sinistere regime van Eritrea, zijn martelkamers en kerkers zijn ontvlucht, en die zeker echte broeders en zusters van die Joden zijn die hier hun toevlucht voor vervolging gevonden hebben omdat ze Joden zijn. Hoe zit het met hun broeders en zusters in het lot?

*) Het Latijns-Patriarchaat dat gezeteld is in de Oude Stad, bestuurt een Aartsbisdom dat het hele Heilige Land, Israël en Palestina beslaat. Pogingen in het verleden om het Aartsbisdom te splitsen in een Israëlisch en een Palestijns deel, zijn door het Vaticaan tegen gehouden. Het Aartsbisdom zorgt voor gelijke pastorale zorg voor Israëlische, Palestijnse en andere katholieke minderheden in het Land.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: