Close

21 april 2019

Kumi Now! – 27 Vluchtelingen en de hulp aan vluchtelingen

Kumi Now gaat deze week (21 – 27 April 2019) over Palestijnse vluchtelingen en het Departement van Dienstverlening aan Palestijnse vluchtelingen.

Palestijnen die hun huis in 1948 ontvluchtten of er uitgezet werden hoopten op een snelle terugkeer naar hun land en hun huizen. Slechts weinigen voorzagen dat zij en hun kinderen tientallen jaren later zouden leven als vluchtelingen of ontheemden. Het Departement van Dienstverlening aan Palestijnse vluchtelingen (DSPR) werkt eraan om deze mensen en hun nakomelingen weer hoop te geven. Hieronder vind je wat je moet weten over Palestijnse vluchtelingen en wat je kunt doen om in actie te komen: KUMI NOW.

Palestijnse meisjes in een vluchtelingenkamp in Gaza

Organisatie: Departement van Dienstverlening aan Palestijnse vluchtelingen
Dit departement (DSPR) kwam tot stand door een ad-hoc groep van geïnspireerde geestelijken en leken na de Arabisch-Israëlische oorlog van 1948 en het begin van het Palestijnse vluchtelingenprobleem. Lokaal gevormde groepen en Area Committees in Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever, de Oostelijk Jordaanoever in Jordanië, Libanon, Gaza en Galilea reageerden op de eerste golf van Palestijnse vluchtelingen. Hun probleem en hun basale rechten op essentiële diensten blijft de kern waar dit departement zich voor inzet. De visie van DSPR is gebaseerd op Diakonia, de roep om de armen en verdrukten te helpen, toegepast op de pogingen van Palestijnse vluchtelingen om een waardig leven te leiden en hun gemeenschappen te versterken hetgeen essentieel is om het recht op terugkeer te kunnen uitoefenen.

Palestijnse Vluchtelingen
In 1948 werden 726.000 Palestijnen ontworteld als gevolg van de Nakba. In 1950 werd de UNRWA (United Nations Relief and Works Agency) opgericht om het probleem aan te pakken van huisvesting, gezondheidszorg, onderwijs en maatschappelijke zorg van vluchtelingen die voor het grootste deel in tijdelijke tenten waren gehuisvest. In 2016 rapporteerde de UNRWA dat er meer dan 5 miljoen Palestijnse vluchtelingen waren geregistreerd in kantoren in de vijf gebieden waar zij werken: Jordanië, Syrië, de West Bank en Gaza. Er zijn 58 vluchtelingenkampen in de regio: 10 in Jordanië, 12 in Libanon, 9 in Syrië, 19 op de West Bank en 8 in de Gazastrook. Van alle geregistreerde vluchtelingen woont nog steeds 28,4% in kampen, waarvan de meeste in Libanon en Gaza.

Tijdens de geheime gesprekken in Oslo, kwamen de partijen overeen dat het vluchtelingenprobleem (samen met Jeruzalem, de nederzettingen, de veiligheidsmaatregelen en de uiteindelijke grenzen) besproken zou worden op een later tijdstip in de onderhandelingen.

Het Palestijnse vluchtelingenprobleem blijft onhandelbaar en geen enkele permanente vredesoplossing tussen Israël en de Palestijnen kan plaatsvinden zonder de verzekering dat de Palestijnen kunnen terugkeren of dat ze een vergoeding krijgen.

“Drie Palestijnse vluchtelingen vertellen hun verhaal over gedwongen verhuizingen, verlies en hun hoop op terugkeer naar hun dorp”, door Jonathan Cook, Dylan Collins en Ezz Zanoun.
“Het verhaal van Salwa Naser” (de twee andere verhalen kunt u lezen via de link onderaan dit verhaal)

Salwa Naser

Toen Salwa Naser 6 jaar oud was verliet zij met haar familie het ouderlijk huis in de havenstad Jaffa. Dat was 68 jaar geleden. Na twee keer gevlucht te zijn, woont ze tegenwoordig in een kamer die grenst aan het appartement van haar zoon in het vluchtelingenkamp Shatila in Beirut, een overbevolkte vierkante kilometer land ten zuiden van de stad.
Toen dit kamp in 1949 gebouwd werd was het bedoeld als tijdelijke huisvesting voor ongeveer 3000 Palestijnse vluchtelingen die vanwege de oorlog naar Libanon waren gevlucht. Nu wonen er echter meer dan 22,000 mensen – drie generaties Palestijnse vluchtelingen, arme arbeidsmigranten vanuit heel Azië en een toenemend aantal Syrische en Palestijns-Syrië vluchtelingen vanuit het buurland Syrië waar nu al langer dan vijf jaar een oorlog woedt.
“Jaffa is mooi… Nergens is zo’n plek te vinden”, zegt Salwa als ze het heeft over het huis van haar familie aan zee in de wijk Ajami. “Ons huis lag aan zee… je hoefde alleen maar de trap af te gaan. Er was niets tussen de zee en ons. We speelden er elke dag”.
Toen het geweld tussen Joodse Zionisten en Palestijnen oplaaide, smeekte haar vader, een belangrijk persoon in Jaffa, zijn Syrische vrouw om met hun negen kinderen met de boot naar Beirut te gaan. “Ik weet nog wanneer al het geweld begon” zegt Salwa in haar schaars gemeubileerde één-kamer woning in Shatila. “Ik kan dan nog maar zes jaar geweest zijn toen we vertrokken, maar Jaffa zal altijd mijn thuis blijven…… ik ben nog steeds verdrietig als ik aan mijn school denk. Het was… het was een echte school. Er was structuur….en ook het eten was goed. Onze uniformen waren zo leuk. We konden kiezen: een blauwe korte broek of een rok en een witte blouse met een witte sjaal. Ik koos altijd een rok”.
Salwa zei dat haar klasgenoten geen idee hadden van de oplopende spanningen totdat op een morgen de ramen van het klaslokaal van groep één na een explosie uit elkaar sprongen waardoor de rust in deze rustige plaats aan zee volkomen verstoord werd. “Zowel mijn ouders als de onderwijzers op school slaagden er goed in om de kinderen niet veel te laten merken van het opkomende geweld”. Maar na het bombardement vlakbij de school, besloot Salwa’s vader dat het genoeg was en stuurde hij hen naar familie van hun moeder in Syrië. Salwa heeft geen familie meer in Jaffa. Bijna de hele familie is gevlucht, eerst naar Libanon en daarna naar Syrië.
Toen ze aan boord gingen begon Salwa’s moeder te huilen. “Toen we haar vroegen wat er was, zei ze: ‘We gaan hier weg……… Ik zal ons huis zo missen”, daarna boog ze zich naar mijn oudste broer en zei: “ik weet niet of we ons huis ooit weer terug zullen zien”. Toen we wat verder op zee waren stopte de boot. De stad stond in brand. “Toen begon mijn moeder pas echt te huilen” zei Salwa. Nadat we in Beirut aan land waren gegaan zette de familie de reis voort naar Syrië. “Je zult me misschien uitlachen als ik vertel dat we naar Bab all-Hara gingen”, zei Salwa, verwijzend naar een wijk in Damascus, maar dat is ook de naam van een populaire Syrische TV serie over de Arabische wereld. Met heel weinig geld en met veel moeite probeerden ze zich daar te vestigen, via verschillende scholen en wijken kwamen ze uiteindelijke vlakbij de oude stad van Damascus te wonen. “Zo gaat het altijd met ons Palestijnen, we worden altijd verdreven van de ene plaats naar de andere. Ik zou willen dat we nu eens met rust worden gelaten”.

Toen ze 16 was trouwde ze een jonge Palestijnse man, ook uit Jaffa. Eerst huurden ze een klein appartement dichtbij de beroemde Souk al-Hamadiyye, later gingen ze in Hajjar al-Aswad wonen, een wijk aan de rand van het grootste Palestijnse vluchtelingenkamp, Yarmouk. “Ons huis daar is nu weg. Het werd getroffen door een bom of een luchtaanval……dat was onduidelijk,” zegt Salwa.
Zij en haar zoon waren in het najaar van 2012 naar Beirut gegaan, toen de opstand in Syrië steeds bloediger werd en het geweld in de stad overheerste. Kort nadat ze in Shatila waren aangekomen stuurde een vroegere buurman haar via WhatsApp een foto met daarop de overblijfselen van wat eens hun huis was. “Ik huilde toen we weggingen. Mijn zus had besloten te blijven. Ze vroeg mij: “Waarom huil je?” Ik antwoordde: “Herinner jij je nog dat we Palestina verlieten en dat Mama zei dat we over een week wel weer terug zouden zijn? Ik ben bang dat hetzelfde weer zal gebeuren.” Nu ze voor de tweede keer in haar leven vluchteling is zegt Salwa dat ze voortdurend op haar hoede is in het overvolle Shatila kamp. “Geweld heb ik altijd al gehaat….. zelfs ruzies maken me nerveus. Hier in het kamp zijn mensen altijd aan het ruziën en schreeuwen….. Het is nooit helemaal rustig en ik ben altijd zenuwachtig.”
Ik ben bang dat er hier iets zal gebeuren….! En wonen hier?…. ik vind het helemaal niet leuk. Ik zou liever ergens anders heengaan. Misschien naar Zwitserland… Ik zou het kunnen proberen. Zeker niet naar Amerika……. Ik heb gehoord dat het leven daar moeilijk is. Noorwegen klinkt wel goed. Ik heb het paspoort van mijn vader, dat is het enige document dat ik heb. Het is nog uit de tijd van het Britse Mandaat. Ik was te jong om zelf een document te krijgen.”
Salwa’s zus maakt zich klaar om weg te gaan…. Haar zoon is met een boot naar Europa gegaan. Hij is nu in Duitsland. Salwa hoopt dat één van haar kinderen, die Palestijns-Syrische documenten hebben, asiel zullen krijgen in Europa. “Ze hopen allemaal naar Duitsland te kunnen gaan. Maar de hele wereld gaat daar heen….. ik weet het niet.”
“Wat voor geluk is dat… we ontvluchten de ene oorlog alleen om weer in een andere verzeild te raken,” zegt ze. “Waar moeten we heen als we hier weggaan?”

https://www.aljazeera.com/news/2016/05/nakba-survivors-share-stories-loss-hope-160517094112558.html

Aktie
Als je eenmaal kennis hebt genomen van de benarde toestand van de Palestijnse vluchtelingen moedigt DSPR je aan om:

  • je kerkgemeenschap ontvankelijk te maken voor de situatie van Palestijnse vluchtelingen die van de ene oorlog in de andere terecht zijn gekomen
  • naar je politieke vertegenwoordigers te schrijven om hen aan te moedigen geen actie te ondernemen waardoor de financiële en menselijke capaciteiten van de UNRWA om hulp te bieden verminderd worden
  • Palestijnse vluchtelingen uit te nodigen om in jullie kerken en gemeenschappen hun verhaal te komen vertellen…

Neem contact op met DSPR als je hulp nodig hebt om hiermee iets te doen. Hier is hun website: http://dsprme.org/.

%d bloggers liken dit: