Close

24 mei 2017

‘Voor de Rooms-katholieke kerk is wat in Israël en Palestina gebeurt niet normaal’

In de Palestijnse beweging wordt regelmatig gesproken over ‘normalisatie’ en ‘anti-normalisatie’. Het betreft dan de vraag of normale relaties met Israël en Israëli’s vanwege de bezetting wel geoorloofd zijn. Er zijn in deze discussie  zowel ‘radicalen’ als ‘pragmatici’. Ze raakt ook de kerk, zeker als ze geen nationale kerk is, zoals de rk kerk: niet in Palestina  en niet in Israël. De Commission Justice and Peace of the Assembly of Catholic Ordinaries of the Holy Land, waarin alle bestuurlijke geledingen van de plaatselijke rk kerk vertegenwoordigd zijn, kwam onlangs met een verklaring, principieel van toon, maar realistisch voor wat betreft de praktijk, bijvoorbeeld als het gaat om de geestelijke verzorging van Israëlische katholieken en samenwerking met oppositionele krachten in de Israëlische samenleving.

Wat is normalisatie in de context van Israël-Palestina? Op het meest basale niveau is ‘normalisatie’ de vestiging van relaties met de staat Israël, zijn organen en burgers ‘alsof’ de huidige situatie een normale toestand is, dus het negeren van de oorlog die gaande is, van de bezetting en discriminatie, ze bewust verdonkeremanen of marginaliseren.

De  politieke situatie is verre van ‘normaal’

Het onderwerp  ‘normalisatie’ vormt een belangrijk onderdeel van het politieke debat in de Arabische wereld vandaag, en vooral in Palestina, en gaat over houdingen die tegenover de staat Israël worden aangenomen. Oppositie tegen ‘normalisatie’ en beschuldigingen van ‘normalisatie’ worden regelmatig gehoord ten aanzien van overheden, niet-gouvernementele organisaties en particulieren.

In feite is de politieke situatie in Israël Palestina verre van normaal, gekenmerkt als ze is door het doorlopende conflict tussen twee volkeren, Palestijnen en Israëli’s. Dit conflict heeft een diepgaande invloed op het dagelijkse leven in de twee verschillende entiteiten: de staat Palestina en de staat Israël, gedefinieerd door de grenzen van vóór 1967.

Twee samenlevingen, twee soorten discriminatie

In de staat Israël hebben alle burgers, Joden en Arabieren in principe gelijke rechten, maar in werkelijkheid worden Arabische burgers op verschillende gebieden en op verschillende manieren gediscrimineerd: in de toegang tot ontwikkeling, onderwijs, banen, overheidsfinanciering voor Arabische gemeenten, enzovoorts. Sommige van deze vormen van discriminatie zijn ingebed in wetgeving, maar anderen zijn indirect en verborgen.

In de staat Palestina blijven Palestijnen, ondanks het bestaan van de Palestijnse Autoriteit, onder de militaire bezetting die hun dagelijks leven bepaalt: settlement– en wegenbouw, legalisatie van Israëlische bouw op Palestijns privé- land, militaire invallen, moorden, willekeurig arrestaties, administratieve detentie en collectieve bestraffing, inbeslagneming van land, vernietiging van huizen, checkpoints die het vrije verkeer beperken en talrijke belemmeringen voor de economische ontwikkeling en het voorkomen van gezinshereniging veroorzaken een schending van het natuurlijke recht van leden van hetzelfde kerngezin om samen te leven.

In beide samenlevingen, de Israëlische en de Palestijnse, is het leven van de Palestijnen verre van normaal en de waarneming ‘alsof’ dingen normaal zijn, negeert de schending van de fundamentele mensenrechten. Tegelijkertijd vereisen het dagelijks leven bepaalde betrekkingen met de Israëlische autoriteiten. Echter, alle personen en instellingen die betrokken zijn bij het onderhouden van deze relaties moeten zich ervan bewust zijn, dat er iets ‘abnormaals’ moet worden recht gezet, in plaats van dat het ‘abnormale’ de orde van de dag wordt.

 Christenen in Israël ‘normaliseren’ ook door hun rechten niet te benutten

In Israël staan Arabieren die het Israëlisch burgerschap hebben en in de Knesseth vertegenwoordigd zijn in interactie met de burgerlijke autoriteiten. Meer dan 300.000 christenen wonen in Israël (Arabische burgers van Israël, Hebreeuwse christelijke burgers van Israël en langdurig ingezetene arbeidsmigranten en asielzoekers). Burgers en langdurig inwonenden houden er wettig verblijf, en hebben nog altijd het recht en de morele verplichting om alle beschikbare wettelijke en niet-gewelddadige middelen te gebruiken om volledige rechten en gelijkheid voor alle burgers te bevorderen. Het negeren of marginaliseren van deze plicht  is (ook) ‘normalisatie’, samenwerken met structuren van discriminatie, verduurzaming van het onrecht en van het gebrek aan vrede. Binnen deze context is de Kerk verplicht om parochies, scholen en vele andere instellingen zo goed mogelijk te laten lopen, waarbij interacties met iedereen die op de gebieden waarbinnen de kerk actief is, onontbeerlijk zijn. Dit mag echter nooit de inzet van de Kerk voor rechtvaardigheid en haar openlijke veroordeling van alle onrecht verdonkeremanen.

De kerk moet ‘het noodzakelijke’ helpen waarborgen

In Palestina is de Palestijnse Autoriteit verplicht om met de Israëlische autoriteiten samen te werken om te kunnen functioneren. Toch hebben de Palestijnse burgers een zeer beperkte controle over hun eigen leven, hebben Israëlische vergunningen nodig en goedkeuring voor vele aspecten van het dagelijks bestaan, bijvoorbeeld het bezoeken van de Heilige Plaatsen in bezet Jeruzalem, het bouwen van huizen en bedrijven in door Israël gereguleerde gebieden in Palestina en toegang tot Palestijnse Instellingen (parochies, scholen, ziekenhuizen) in bezet Jeruzalem. Ook de Kerk kan voor de vereisten van haar dagelijks leven niet leven en werken zonder zich tot de Israëlische autoriteiten te wenden voor vergunningen en visa. De Kerk heeft hier de morele verplichting om voortdurend te onderscheiden tussen wat onvermijdelijk is om de relaties met de bezettende macht te handhaven om deze dagelijkse benodigdheden te waarborgen, en dat wat moet worden vermeden, d.w.z. in relaties en activiteiten die een bewustzijn bevorderen dat ‘de situatie normaal is’.

De kerk werkt samen met iedereen die haar waarden deelt, ook als het Israëli zijn

De kerk heeft, gezien de aard van haar missie, haar eigen waarden en criteria om in een situatie van conflict, zoals die in Israël-Palestina haar positie te definiëren. Geen enkel type politiek discourse, geen bijzondere partijdige positie, noch enige bijzondere ideologische optie is bindend voor de Kerk. Tegelijkertijd echter kan de Kerk geen fundamenteel onrecht of handelen negeren die de vrede en het welzijn van de menselijke persoon in gevaar brengen. De Kerk verzet zich tegen bezetting en discriminatie en is toegewijd aan het bevorderen van gerechtigheid en vrede, evenals aan de unieke waardigheid en gelijkheid van elke menselijke persoon. De Kerk kan het onrecht niet negeren ‘alsof’ alles goed is, maar is veeleer verplicht om zich uit te spreken, het kwaad te weerstaan en onvermoeibaar te werken voor verandering. Zoals de profeten van ouds, wijst de Kerk – een profetisch lichaam – op het onrecht en stelt het aan de kaak. Er is daarom een belangrijk snijpunt tussen de politieke discussie die zich keert tegen ‘normalisatie’ en de positie van de Kerk ten aanzien van situaties van onrecht. De Kerk werkt met iedereen samen die de waarden deelt die zij verkondigt; ongeacht de menselijke groep waartoe ze mogen behoren, of die nu Palestijns of Israëlisch is. De Kerk zoekt en stimuleert de dialoog met alle mensen, met inbegrip van Israëli’s – individuen en organisaties – die erkennen dat het noodzakelijk is om de bezetting en de discriminatie te elimineren. De Kerk is toegewijd om zich te vereenzelvigen met deze personen en organisaties, met allen die de situatie niet vereeuwigen door aan te nemen dat dialoog of samenwerking de strijd om rechtvaardigheid te bereiken, kan negeren; aldus de onrechtvaardige realiteiten onder ogen zien die het dagelijks leven bepalen van degenen die leven onder bezetting of de beperkingen van discriminatie. De Kerk is er aan te houden zich te vereenzelvigen met partners en in samenwerking met hen constructieve strategieën te ontwikkelen om onze gebroken wereld te herstellen. Bovendien heeft de lokale Kerk in Israël-Palestina de verantwoordelijkheid om de Universele Kerk eraan te herinneren, dat Israël-Palestina een open, etterende wond is en dat de situatie niet als normaal kan worden beschouwd. In de huidige verwarde en hopeloze politieke situatie hebben christelijke gemeenschappen, kerkleiders en individuele gelovigen, behoefte aan voortdurende onderscheiding. Zij worden uitgenodigd om nauw samen te werken om de beste manieren te vinden voor een rechtvaardige en gelijke samenleving voor iedereen, terwijl zij respectabele betrekkingen met al hun medeburgers opbouwen, met wie zij worden opgeroepen om samen te leven en samen te werken voor een duurzame en rechtvaardige vrede.

Jeruzalem 14 mei 2017.

Bron: http://www.lpj.org/commission-justice-and-peace-question-of-normalization/