Close

27 april 2020

Meindert Dijkstra (1946-2020)

De plotselinge dood van Meindert Dijkstra (6 april 1946 – 12 april 2020) betekent een gevoelig verlies van een betrouwbare bondgenoot in een gezamenlijke streven naar een rechtvaardige vrede tussen Israëli’s en Palestijnen. Aldus ons bestuurslid Jan den Hertog in een In Memoriam.

Mijn eerste kennismaking met Meindert en zijn eerste vrouw Coby Stutvoet dateert uit de begin jaren ’90; zij als leden van de Egyptecommissie en ik als lid van de Sectie Midden Oosten. De commissie en de Sectie werden in 1996 samengevoegd en het SOW-proces leidde tot een samenvoeging van de Midden Oosten secties van de betrokken kerken. Binnen de nieuwgevormde sectie en later als lid van  de Werkgroep Keerpunt  leerde ik Meindert kennen als een aimabele, gemakkelijk toegankelijke, tegelijkertijd kritische en gedegen oudtestamenticus met een open oog en hart voor de feitelijke ontwikkelingen in het Midden Oosten.

Uit zijn publicaties en lezingen blijkt zijn kritische stellingname t.a.v. kerken en christenzionistische groepen die op grond van bijbelteksten de politieke claims van de staat Israël steunen. Kritisch dat zeker, maar wel op milde toon; zo vraagt hij zich af in een bespreking van de voorgestelde tekstlezingen voor een Israëlzondag over het lied van de wijngaard (Jes. 5: 1 – 7; Ps. 80 en Matt. 21: 33 – 43), hoe we met deze teksten Israëlzondag kunnen vieren, zo….’dat we onze plaats als christenen weten ten opzichte van Israël, zijn land, zijn volk en zijn staat…Onopgeefbare verbondenheid met Israël, zwart op wit beloofd in de Kerkorde’. Waarna hij opmerkt: gelukkig is de Kerkorde nog net niet de Heilige Schrift zelf. En: ik begrijp die onopgeefbare verbondenheid dan ook…..inclusief de Palestijnen die hetzelfde land bewonen.

Die notie van de bevolking in Palestina die altijd zeer gemengd van samenstelling is geweest gedurende vele millennia, berust op feiten die al te vaak genegeerd worden.  Een belangrijke bijdrage in deze vormt zijn boek Palestina en Israël. Een verzwegen geschiedenis, waarin hij  een gebruikelijk historisch beeld van de onbevangen bijbellezer corrigeert. Bijbelteksten  ‘verbeelden historische mythen en idealen die men wel gekoesterd heeft, maar die historisch noch archeologisch in werkelijkheid zo hebben bestaan of verwezenlijkt werden’. Lezing van zijn boek leest maakt duidelijk dat de redacteuren van het Oude Testament wel een heel ideaaltypisch beeld hebben geconstrueerd van het ontstaan en voortbestaan van het ‘volk Israël’.

Meindert verwees regelmatig in gesprekken en in lezingen naar het werk van Th. C. Vriezen. Vriezen was een theoloog met grote belangstelling voor archeologie en volksgebruiken en een van de weinige theologen die al voor Wereldoorlog II gevaarlijke tendensen onderkende binnen het zich ontwikkelende zionisme gericht op een natie – staat. Vriezen had ook oog voor de benarde positie van de honderdduizenden Palestijnse vluchtelingen, wier rechten nog steeds niet gehonoreerd worden en schreef daarover in zijn boek Palestina en Israël. Meindert maakte samen met K. Vriezen het privé archief van Th. C. Vriezen toegankelijk; zij stelden daarover een boekje samen in de Utrechtse Theologische reeks. Een aanzet die doet verlangen naar meer.

Tijdens excursies in Palestina ontpopte Meindert zich als een enthousiaste docent die moeiteloos inscripties wist te dateren en archeologische vondsten van context voorzag; ik zie nog steeds zo’n voor mij onduidelijk voorwerp voor me, dat een uit steen gehouwen stilletje (toilet) in de zgn. stad van David bleek te zijn. Al decennialang roepen Palestijnse partners ons op om waarheid te spreken en om recht te doen. Waarheid spreken wil zeggen: uitspreken van wat feitelijk aan de hand is: bezetting is bezetting, apartheid is apartheid, staatsterrorisme is terrorisme etc..

Om waarheid en gerechtigheid luidt het opschrift van een van Meinderts  artikelen over de ‘onopgeefbare verbondenheid met Israël’, de feiten moeten genoemd worden. De verbondenheid vatte hij op inclusief de gehele bevolking van Israël/Palestina. Waarheid en recht als ‘testcase van onze ware verbondenheid met Israëli en Palestijnen’. Zoals hij elders opmerkt, ‘het recht van de ene partij kan en mag nooit onrecht van de andere partij in het conflict betekenen’.  In ‘47/’48 is een gehele Palestijnse samenleving ontwricht; een ontwrichting die nog steeds geheeld moet worden. Zo kreeg een studiemiddag van Keerpunt de werktitel mee: ‘Terugkeer en herstel voor Palestina’. Nu de ‘2-staten oplossing’ ter ziele is, blijkt deze visie actueler dan ooit. Aan die uitdaging werkte Meindert tot het laatst.

Jan den Hertog, Culemborg, april 2020