Close

11 juni 2019

Toine van Teeffelen: ‘Vallei van het vuur’

Toine van Teeffelen, inwoner van Bethlehem, getrouwd met een Palestijnse en directeur van het Arab Educational Institute, schrijft onderhoudende en leerzame columns over het leven onder bezetting. Deze keer over de weg naar Ramallah, door de ‘vallei van het vuur’.

Vorige week nam ik de taxi naar Ramallah, voor een visum. De weg via Wadi Nar is een belevenis. Wadi Nar, letterlijk de ‘vallei van het vuur’, is de kronkelweg aan de oostkant van Jeruzalem die Palestijnen nemen om van de zuidkant naar de noordkant van de West Bank te reizen.

Eigenlijk is ‘Wadi Nar’ een soort verzamelnaam. Het staat in de volksmond voor zo ongeveer alle wegen die je aan de oostkant van Jeruzalem kunt nemen. Nadat je eenmaal de ‘container’ checkpoint bent gepasseerd, de flessehals van Wadi Nar, waaiert het mogelijke wegennet zich uit. Nieuwe hoofdwegen die Israel illegaal bouwt ten behoeve van de verbinding tussen de nederzettingen en Jeruzalem kruisen verwaarloosde wegen in de gebieden B en C van de West Bank die niet of nauwelijks onder Palestijns Gezag staan.

Het lijkt wel of taxichauffeurs steeds een andere route nemen, soms omdat van een nieuw aangelegde brede nederzettingenweg gebruik kan worden gemaakt, soms omdat de nauwe Arabische straatjes zich gemakkelijk opvullen met auto’s en daarom beter vermeden kunnen worden. Sowieso is er deze jaren een snel toenemend aantal auto’s op de wegen en weggetjes van de West Bank die daar in het geheel niet op berekend zijn. Soms doemt er ergens een mobiel Israelisch checkpoint op. De chauffeurs waarschuwen elkaar onderling welke wegen niet te nemen.

Op een school aan de oostkant van Bethlehem doet men een project over conflict en geweld en, misschien op het eerste gezicht verrassend: de scholieren kozen voor ‘Wadi Nar’ als thema. De container checkpoint is met name berucht. Laatst, zo meldde een scholier, was er een soldaat die een selfie maakte met een rij wachtende auto’s op de achtergrond.

Wadi Nar staat onder chauffeurs bekend als de straat die je ‘opvreet’, van de zenuwen, vanwege de onvoorspelbaarheden. Er is hier een oud plaatselijk verhaal overgenomen van de Gebroeders Grimm waarbij een passant op de Wadi Nar bij toeval in de grot van de Engel des Doods geraakt en in zijn zenuwachtigheid zijn eigen smeulende levenskaars omver trapt.

De doortocht kan snel gaan, of je zit ergens ineens urenlang in een hopeloze file. Er zijn veel ongelukken, omdat de Palestijnse politie niet effectief optreedt of kan optreden langs grote delen van de weg, naast de problemen van het slechte onderhoud, de kronkelbochten en het roekeloze rijden. Met name zijn er ongelukken onder de kwetsbare groepen: de kinderen, scholieren, ouderen en gehandicapten. Er zijn nauwelijks behoorlijke trottoirs om op te lopen. De weg als bron van geweld.

Sommige delen van Wadi Nar zijn ruig, schitterend in landschap met de woestijn naast je.  Andere stukken zijn dystopisch. Wanneer je aan de zuidkant van Ramallah komt weet je niet wat je ziet aan uit de grond gestampte, halflege flatwijken langs wegen vol met kuilen.

Een andere Bethlehemse school die bij het genoemde conflictproject betrokken is, koos dit soort flatwijken als hun bron van conflict, met het voorbeeld van Doha ten zuiden van Bethlehem voor ogen waar eveneens snel en zonder veel planning gebouwde flatwijken kennelijk zonder goede voorzieningen zijn. De snelle uitbreiding komt voor een deel omdat veel Palestijnse inwoners van Jeruzalem het niet meer lukt om het in Oost-Jeruzalem ekonomisch te bolwerken en ten einde raad naar Doha trekken – of naar zuidelijk Ramallah, vermoed ik. De school zegt dat Palestijnen zo van de ene conflictzone naar de andere verhuizen.

Ramallah is ‘waja’a raas’ [hoofdpijn] zegt de chauffeur wanneer we binnenrijden. Gelukkig weet hij te manoeuvreren. Hij is aardig, vraagt me naar mijn naam en die van Mary en zet me een goed eind richting bestemming af, zonder extra betaling.

Toine van Teeffelen